Stel je eens voor: een land dat in 1989 op het toppunt van zijn macht stond. Bedrijven pompten wereldklasse technologie uit, investeerders zagen hun vermogen verdubbelen, soms zelfs verdrievoudigen, en de inkomens waren ongekend hoog. De Nikkei, de belangrijkste beursindex van Japan, sloot op 29 december 1989 op een recordhoogte van 38.915 punten. Na inflatie zou dit niveau nooit meer gehaald worden. Wat gebeurde er daarna? Japan ging een periode in die bekend zou worden als de Japanse verloren decennia, een waarschuwend verhaal dat ons veel kan leren over economische bubbels en hun nasleep.
De ongekende economische opkomst en het barsten van de assetbubbel in Japan
Het klonk te mooi om waar te zijn, en dat was het ook. Onder de glimmende oppervlakte broeiden problemen. Een lange periode van gemakkelijk geld en lage rentes had een leger van slecht presterende bedrijven gecreëerd. Speculatie tierde welig. Bedrijven en huishoudens stapelden de schulden op. De vastgoedmarkt explodeerde, mede door losse leennormen zoals hypotheken met looptijden van 50 jaar. Steden als Tokyo en Kyoto werden de duurste plekken op aarde. De economische bubbel Japan was gigantisch, zowel in aandelen als in vastgoed.
Toen de bel barstte, met de Nikkei op zijn hoogtepunt, kwam de kwetsbaarheid pijnlijk aan het licht. Sommige huizen in Japan zijn nu nog maar 1% waard van wat ze tijdens die ‘bubbeljaren’ waard waren. De groei was niet eeuwigdurend, hoe vanzelfsprekend dat ook leek.
De nasleep: Jaren van deflatie en economische stagnatie
Vanaf dat moment herstelde Japan nooit volledig. De afgelopen 35 jaar is het land op bijna elke denkbare manier gestagneerd. Innovatie stagneerde, inkomens bewogen nauwelijks en de vastgoedmarkt bleef ver onder het niveau van voorheen. Japan belandde in een langdurige periode van deflatie economie, waarin prijzen daalden en lonen bleven stagneren. Dit ontmoedigde investeringen: waarom zou je vandaag iets kopen of investeren als het morgen goedkoper is?
Bedrijven stelden uitbreidingsplannen uit, namen minder mensen aan en namen geen risico’s. Huishoudens stelden grote aankopen uit, wat de vraag nog verder deed dalen. De bankensector kwam zwaar onder druk te staan door de slechte leningen uit de bubbeljaren. Het was een vicieuze cirkel die moeilijk te doorbreken was.
De rol van het Plaza Akkoord
Een belangrijke katalysator voor de bubbel was het Plaza Akkoord uit 1985. Vertegenwoordigers van de VS, Japan, West-Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk kwamen bijeen in New York. Het doel? De Japanse yen versterken en de Amerikaanse dollar verzwakken. Amerika was gefrustreerd door zijn enorme handelstekort, en de Japanse export was een politiek doelwit.
Een sterkere yen betekende dat Japanse producten duurder werden in de VS en Amerikaanse producten goedkoper in Japan. Dit zette de Japanse export onder druk. Japanse beleidsmakers reageerden hierop door de rentetarieven drastisch te verlagen en de kredietverlening te versoepelen om de binnenlandse vraag te stimuleren. Dit creëerde een omgeving van extreem goedkoop geld, wat de speculatie op de vastgoed- en aandelenmarkten verder aanwakkerde en de bubbel nog groter maakte. Tussen 1985 en 1989 verdrievoudigde de Nikkei, losgekoppeld van de werkelijke bedrijfswinsten.
De ‘vangrails’ die Japan een ‘zachte landing’ boden
Hoewel de verloren decennia van Japan een crisis waren, was het een crisis onder voorwaarden die in veel opzichten stabieler en vergevingsgezinder waren dan wat we vandaag de dag zien. Japan had als het ware ingebouwde ‘vangrails’:
* Hoge spaarquotes: Japanse huishoudens hadden een van de sterkste spaarculturen ter wereld. Zelfs tijdens de bubbel legden gezinnen aanzienlijke geldbedragen opzij. Toen de bubbel knapte, verloren ze papieren rijkdom, maar hadden ze nog steeds echt geld.
* Lagere ongelijkheid: De welvaartsverdeling in Japan was veel egaler. De vruchten van de groei bereikten gewone werknemers, waardoor mensen zich deel voelden van de economische bloei. De pijn van de crisis verspreidde zich over een brede middenklasse, in plaats van geconcentreerd te zijn bij degenen die al het minst hadden.
* Stabiele werkgelegenheid: Ontslagen waren nooit de eerste oplossing voor worstelende bedrijven in Japan. Werknemers ontslaan werd gezien als een laatste redmiddel, niet als een slimme zet om aandeelhouders tevreden te stellen.
* Robuuste publieke infrastructuur: Japan investeerde tijdens de boomjaren in goed functionerende systemen: betrouwbaar openbaar vervoer, toegankelijke gezondheidszorg en sociale diensten die niet bezweken onder lichte druk. Toen de groei vertraagde, bleven deze systemen intact.
* Effectieve erfbelasting: Japan kende zware erfbelastingen. Dit zorgde ervoor dat een aanzienlijk deel van de overgedragen rijkdom opnieuw in de economie werd geïnvesteerd, wat de creatie van permanente dynastieën vertraagde en ongelijkheid tegenging.
Waarom hedendaagse economieën een hardere landing tegemoet kunnen zien
De situatie in veel hedendaagse economieën, bijvoorbeeld die van de Verenigde Staten, verschilt enorm van het Japan van destijds. Waar Japan een ‘zachte landing’ kende, missen veel landen nu die cruciale vangrails.
* Recordhoge schulden en lage spaarquotes: Huishoudens kampen met recordhoge schulden en hebben bijna geen reserves voor noodgevallen.
* Hoge ongelijkheid: In zeer ongelijke samenlevingen verandert economische stagnatie snel in een sociale tijdbom, met politieke problemen tot gevolg.
* Kwetsbare publieke systemen: Denk aan landen waar treinen nauwelijks rijden, ziekenhuizen overbelast zijn en de basisadministratie met ducttape aan elkaar hangt. Zo’n land kan een crisis veel moeilijker aan.
* Gemakkelijke ontslagen: In veel westerse economieën zijn ontslagen vaak de eerste stap bij economische tegenwind. Dit brengt de pijn direct over op de arbeidsmarkt en vervolgens op het politieke systeem.
* De ‘dollar-subsidie’: Decennialang is de Amerikaanse consument gesubsidieerd door de rest van de wereld, omdat iedereen dollars en Amerikaanse activa nodig heeft om te handelen en te lenen. Als die vraag afneemt, eindigt de subsidie en betalen Amerikanen plotseling de werkelijke kosten van wat ze consumeren.
Als een vergelijkbare crisis vandaag de dag een land als de VS zou treffen, zouden we die tegemoet treden met recordhoge schulden, lage spaarquotes, hoge ongelijkheid, kwetsbare publieke systemen en politieke instellingen die zelfs in normale jaren moeite hebben. Japan had vangrails; wij hebben de onze jarenlang stilletjes verwijderd. Dit leidt tot de ongemakkelijke conclusie: de verloren decennia van Japan, het scenario dat iedereen als een nachtmerrie beschouwt, was misschien wel een ‘zachte landing’. De vraag is dan: hoe ziet een ‘harde landing’ eruit?
—
Veelgestelde Vragen
Wat waren de belangrijkste oorzaken van de Japanse economische bubbel?
De Japanse bubbel werd gevoed door een lange periode van lage rentetarieven en gemakkelijk geld, wat leidde tot ongebreidelde speculatie op aandelen- en vastgoedmarkten. Het Plaza Akkoord van 1985, dat de yen versterkte, zette de overheid ertoe aan de rentetarieven nog verder te verlagen om de binnenlandse vraag te stimuleren, wat de bubbel verder aanwakkerde.
Wat zijn de “verloren decennia” precies en hoe uitten die zich?
De “verloren decennia” verwijzen naar de periode van langdurige economische stagnatie en deflatie die Japan ervoer na het barsten van de assetbubbel in 1989. Kenmerkend waren dalende prijzen (deflatie), stagnerende lonen, lage investeringen, een stagnerende innovatie en een verslechterende bankensector door slechte leningen. Het land bleef stabiel aan de oppervlakte, zonder grote politieke of financiële crises, maar de groei bleef jarenlang uit.
Welke lessen kunnen we trekken uit de Japanse ervaring voor de huidige economieën?
De Japanse ervaring toont het gevaar van langdurige speculatieve bubbels en de moeilijkheid om deflatie te doorbreken. Belangrijker nog, het laat zien hoe cruciale ‘vangrails’ zoals hoge spaarquotes, een lage inkomensongelijkheid, stabiele werkgelegenheid en robuuste publieke infrastructuur een crisis ‘overleefbaar’ kunnen maken. Hedendaagse economieën die deze vangrails missen, zoals die met hoge schulden en grote ongelijkheid, zouden een vergelijkbare schok veel minder goed kunnen opvangen.


