Stel je eens voor: elke keer dat je je betaalpas gebruikt voor een snelle transactie, reist die betaling razendsnel naar een server in de Verenigde Staten, wordt daar goedgekeurd door een Amerikaanse gigant als Visa of Mastercard, en keert dan pas terug. Het gebeurt in een fractie van een seconde, zo onopgemerkt dat we er zelden bij stilstaan. Maar deze schijnbaar onschuldige handeling is een perfect voorbeeld van een veel dieper en complexer probleem: de enorme Amerikaanse tech dominantie en de urgente zoektocht van Europa naar Europese technologische soevereiniteit.
Al jaren groeit de onrust in Brussel over hoe afhankelijk we zijn geworden van Amerikaanse technologie. Het gaat verder dan alleen betalingen; denk aan cloudservices, essentiële software, en zelfs kritieke infrastructuren zoals ziekenhuisdossiers, bankoverschrijvingen, toezichtsystemen en zelfs de commandostructuren van Europese kernwapens. Vrijwel alles draait op Amerikaanse technologie.
De Onzichtbare Wortels van Amerikaanse Tech in Europa
De cijfers liegen er niet om. Visa en Mastercard verwerken jaarlijks zo’n 4,7 biljoen dollar aan transacties in Europa. Dat betekent dat nagenoeg alle Europese kaart- en mobiele betalingen via niet-Europese infrastructuur lopen. Dit creëert een enorme kwetsbaarheid. Als Amerika zou willen, zouden ze in theorie betalingen kunnen blokkeren, en zo de Europese economie van de ene op de andere dag lamleggen.
En het gaat niet alleen om financiën. Ook op het gebied van cloud computing zijn we zwaar afhankelijk. Drie Amerikaanse bedrijven – Amazon, Google en Microsoft – bezitten en exploiteren samen ongeveer 70% van de cloudcapaciteit in Europa. Dat betekent niet alleen dat enorme bedragen aan inkomsten naar de VS vloeien, maar ook dat onze data in Amerikaanse handen ligt. De Cloud Act uit 2018 geeft Amerikaanse autoriteiten zelfs de macht om data op te eisen die op Amerikaanse servers staan, waar ter wereld die ook zijn. Dit is geen vergezochte dreiging; in 2014 blokkeerden de VS Visa en Mastercard van Russische betalingen na de annexatie van de Krim, wat honderdduizenden Russen met onbruikbare kaarten achterliet.
De Reus van het Netwerkeffect: Waarom Europa Moeilijk Innoveert
Waarom is het dan zo moeilijk om alternatieven te bouwen? Het draait om het netwerkeffect. Neem Wero, een pan-Europees betalingssysteem dat in 2024 door zestien grote Europese banken werd gelanceerd. Technisch gezien was het indrukwekkend. Het idee was simpel: een Europees netwerk zonder dat data en dollars terugvloeien naar Amerika. Het enige probleem? Vrijwel niemand gebruikt het. Sinds de lancering verwerkte Wero zo’n 7,5 miljard euro aan overschrijvingen. Visa en Mastercard, aan de andere kant, verwerken *jaarlijks* ruim 7 biljoen dollar aan Europese betalingen. Dat is tienduizend keer zoveel!
Hetzelfde geldt voor sociale media, online berichtenapps en app-winkels. Het is niet per se dat de Amerikaanse producten technisch superieur zijn, maar iedereen gebruikt ze al. De waarde van de dienst komt voort uit het feit dat iedereen heeft afgesproken deze te gebruiken. Nieuwe, Europese alternatieven hebben moeite om door deze “muur” van gevestigde gebruikers en gewoontes heen te breken.
Kapitaal en Marktversnippering: Dubbele Rem op Groei
Een fundamenteel probleem is het gebrek aan investeringskapitaal in Europa. Jaarlijks investeert Europa zo’n 700 miljard dollar minder dan de VS in tech. Vooral het verschil in private investeringen is opvallend: Europese bedrijven halen in bijna elke financieringsfase zo’n 80% minder kapitaal op dan hun Amerikaanse tegenhangers. Dit komt deels doordat vermogensbeheer hier vaak meer draait om behoud van geërfd geld, niet om de risicovolle investeringen die start-ups nodig hebben om van de grond te komen.
Daar komt nog bij dat de Europese interne markt, vooral voor techbedrijven, verre van ‘verenigd’ is. Elk land heeft zijn eigen regels voor gegevensbescherming, consumentenrecht en digitale contracten. Een startup die in alle 27 lidstaten wil opereren, wordt geconfronteerd met 27 verschillende juridische realiteiten. Dit creëert een enorme bureaucratische en financiële last. De beste schattingen suggereren dat deze barrières gelijk staan aan een tarief van ongeveer 45% tussen EU-landen – een kostenpost die Amerikaanse bedrijven niet kennen.
Regulering: Bescherming of Belemmering?
Europa staat bekend om zijn regulering. En laten we eerlijk zijn, veel van die regels klinken op papier heel redelijk. Neem bijvoorbeeld de wetgeving voor de universele oplaadpoort, die alle telefoons en tablets dwingt om USB-C te gebruiken. Superhandig voor consumenten! Maar zelfs Apple, dat met zijn Lightning-connector direct werd geraakt, moest zijn hele iPhone-productlijn voor de Europese markt herontwerpen. De nalevingskosten liepen in de honderden miljoenen dollars. Voor een bedrijf als Apple, een van de meest winstgevende ter wereld, is dit te absorberen. Maar voor een kleinere Europese startup zouden dergelijke kosten verpletterend zijn.
De Blauwdruk van Draghi: Ambitieuze Plannen, Grote Hobbels
De EU weet dat er iets moet gebeuren. Daarom vroeg de EU in 2023 Mario Draghi, de voormalige president van de Europese Centrale Bank, een rapport te schrijven over de problemen van de Europese economie en mogelijke oplossingen. Zijn rapport is dé blauwdruk geworden om de kloof met Amerika te dichten en de EU digitale strategie te versterken.
Het Draghi rapport Europa stelt drie radicale veranderingen voor:
1. Eén echte interne markt: Om de marktversnippering aan te pakken, stelt Draghi een “28e regime” voor. Bedrijven zouden dan kunnen kiezen om onder één EU-brede regelgeving te opereren, in plaats van onder nationale wetten. Dit zou eindelijk een thuismarkt creëren die groot genoeg is voor Europese techbedrijven om te groeien.
2. Minder regels: Het rapport roept expliciet op tot een reductie van 25% in rapportagevereisten voor bedrijven. Minder bureaucratie betekent lagere kosten en meer ruimte voor innovatie.
3. Pensioenhervorming voor investeringen: In de VS wordt een groot deel van pensioensparen geïnvesteerd in aandelen, wat een constante geldstroom creëert voor de techsector. In Europa hebben we een omschuldstelsel, waardoor slechts 32% van het BBP van de EU in aandelen wordt geïnvesteerd, tegenover 142% in de VS. Draghi stelt voor om bedrijfspensioensparen standaard te maken en belastingvoordelen te bieden om zo meer kapitaal richting Europese tech te sluizen.
Dit zijn ambitieuze plannen, maar de uitvoering ervan is een enorme uitdaging. Een jaar na de publicatie van het rapport was nog maar ongeveer 11% van de aanbevelingen volledig uitgevoerd. De grotere lidstaten trappen op de rem bij reguleringsharmonisatie, en de pensioenvoorstellen zijn diep omstreden. Het “28e regime” idee bereikte de commissie pas begin 2026. De politieke wil om deze diepgewortelde problemen aan te pakken, blijft de grootste horde.
Europese technologische soevereiniteit is geen luxe, maar een noodzaak. Het gaat om economische kracht, veiligheid en uiteindelijk om autonomie. De plannen liggen er, de diagnose is gesteld. Nu is de vraag of Europa de vastberadenheid kan vinden om de strijd tegen Amerikaanse tech dominantie écht aan te gaan.
—
Veelgestelde Vragen
V: Waarom is Europese technologische soevereiniteit zo belangrijk?
A: Europese technologische soevereiniteit is cruciaal voor economische onafhankelijkheid, nationale veiligheid en gegevensbescherming. Diepe afhankelijkheid van Amerikaanse technologieën in sectoren als betalingsverkeer, cloud computing en militaire systemen creëert kwetsbaarheden en risico’s, zoals het potentieel voor het blokkeren van diensten of het afdwingen van gegevenstoegang door buitenlandse overheden.
V: Wat zijn de grootste obstakels voor Europese techbedrijven om te groeien?
A: De grootste obstakels zijn een gebrek aan privaat investeringskapitaal (Europese bedrijven halen tot 80% minder op dan Amerikaanse concurrenten), een versnipperde interne markt door uiteenlopende nationale regelgeving, en de hoge kosten van overregulering. Dit alles maakt het moeilijk voor Europese startups om op te schalen en te concurreren met Amerikaanse techgiganten.
V: Welke concrete voorstellen doet het Draghi-rapport om de situatie te verbeteren?
A: Het Draghi-rapport stelt onder andere voor om de Europese markt te verenigen door middel van een optioneel “28e regime” voor bedrijven, een vermindering van 25% in rapportagevereisten voor bedrijven, en hervormingen van pensioensystemen om meer kapitaal richting de techsector te leiden, vergelijkbaar met de VS. Deze voorstellen moeten de groei van Europese techbedrijven stimuleren en de EU digitale strategie versterken.


