Stel je voor: een bedrijf dat de wereld verovert met revolutionaire technologieën als ChatGPT, Dolly en Sora. Een bedrijf dat belooft de mensheid vooruit te helpen, niet gedreven door winst, maar door een hoger doel. Klinkt als een droom, toch? Maar wat als die droom langzaam verandert in een financiële nachtmerrie, vlak voor een mogelijke OpenAI beursgang? De realiteit van OpenAI is complexer en, eerlijk gezegd, zorgwekkender dan je zou denken.
Het lijkt erop dat de startup, die ons heeft verbijsterd met AI-modellen die taken en creatie radicaal veranderen, nu worstelt met zijn eigen enorme succes. Het trainen van geavanceerde AI-modellen, zoals GPT-4, kost handenvol geld – we spreken over bedragen die van miljoenen naar honderden miljoenen dollars zijn gestegen voor één enkel model. Dit legt een enorme druk op de portemonnee en brengt de financiële stabiliteit van het bedrijf in gevaar, zelfs nu het de stap naar de beurs overweegt.
De paradox van succes: Revolutionaire AI, maar dieprode cijfers
OpenAI begon in 2015 met de nobele visie om de voordelen van AI voor de hele mensheid beschikbaar te maken, zonder het najagen van financieel gewin. Die missie was onderscheidend, maar blijkt nu een enorme uitdaging. De schaal en complexiteit van de ontwikkelde modellen zijn astronomisch. GPT-4 trainen kostte bijvoorbeeld 100 miljoen dollar, waar GPT-3 nog voor 4 miljoen dollar van de grond kwam. Die exponentiële kosten hebben geleid tot heftige discussies binnen het bedrijf over de vraag of het wel of niet winstgevend moet worden.
De geruchtenmolen draaide al over CEO Sam Altman’s plannen om OpenAI om te vormen tot een traditioneel winstgevend bedrijf. De chaos rond zijn tijdelijke ontslag en de daaropvolgende oproep van 500 medewerkers om hem terug te halen, gaf al aan dat de organisatie intern wankelde. Nu is het hoge woord eruit: OpenAI wil de stap naar de beurs maken.
En daar begint het echte probleem. Als de financiële boeken openbaar worden, zien we een bedrijf dat niet winstgevend is en dat op de korte termijn ook niet zal zijn. OpenAI projecteert verliezen van meer dan 70 miljard dollar in de komende drie jaar. Dat is geen typo: over drie jaar zal het nog steeds verliezen draaien die groter zijn dan de marktwaarde van de meeste Amerikaanse bedrijven. Experts noemen de huidige waarderingen van het bedrijf dan ook ‘extreem overtrokken’. Voordat het in 2029 misschien winstgevend wordt, zou de cashflow wel eens meer dan 140 miljard dollar negatief kunnen zijn. Kortom, er is nog nooit een startup geweest die met zulke astronomische verliezen te kampen had. In 2025 gaf OpenAI zelfs meer dan twee dollar uit voor elke dollar die het verdiende.
Een honger naar energie en infrastructuur: de ware kosten van geavanceerde AI
De explosieve groei van ChatGPT, dat in slechts twee maanden 100 miljoen actieve gebruikers bereikte, toonde aan dat de wereld klaar was voor AI. Maar met die vraag komt ook een nieuwe uitdaging: de noodzaak voor een gigantische, fysieke infrastructuur.
Al in 2019 sloegen OpenAI en Microsoft de handen ineen om AI-supercomputers te bouwen op een schaal die voorheen ondenkbaar was. Hoe beter de modellen worden, hoe populairder ze zijn, en hoe groter de vraag naar rekenkracht, energie en, uiteindelijk, kapitaal. Dit heeft geleid tot een ongekende bouwexplosie van datacenters. Grote techbedrijven investeren miljarden in deze faciliteiten. Bloomberg meldde dat alleen al in 2025 bijna 450 miljard dollar werd uitgegeven aan de bouw van AI datacenters.
Maar deze kolossale projecten stuiten op een fundamenteel probleem: ons elektriciteitsnet. Het trainen en draaien van AI-modellen voor honderden miljoenen gebruikers slurpt gigantische hoeveelheden energie op. Het bestaande netwerk kan deze vraag eenvoudigweg niet aan, wat de noodzaak creëert voor honderden nieuwe energie-infrastructuurprojecten. Dit betekent niet alleen meer energiecentrales, maar ook een enorme hoeveelheid hoogspanningslijnen, transformatorstations, en materialen zoals beton en staal. De impact verspreidt zich door talloze sectoren, van de bouw tot de halfgeleiderindustrie, waar nu al een tekort is aan de specifieke chips die nodig zijn voor AI-systemen. De invloed van OpenAI is onmiskenbaar, maar de kosten zijn duizelingwekkend.
De onzichtbare hand van technologiegiganten: Wanneer banken ‘nee’ zeggen
Met zulke enorme kapitaalbehoeften ging OpenAI op zoek naar financiering. Namen als Disney en SoftBank investeerden, en in 2026 haalde OpenAI een recordbedrag van bijna 122 miljard dollar op, deels van giganten zoals Amazon, Alphabet en Nvidia. Deze bedrijven kregen grote belangen in OpenAI, wat meteen een ander risico met zich meebrengt: ze hebben een aanzienlijk gewicht in indices als de S&P 500 en Nasdaq. Een kleine verandering in de waardering van OpenAI kan dus de hele Amerikaanse economie beïnvloeden.
Kijk maar naar de kwartaalcijfers van Amazon en Alphabet in juli 2026. Hun recordinkomsten bleken misleidend. Zonder de winsten uit hun AI-investeringsportefeuilles viel de groei van Amazon terug van 240% naar ongeveer 17%. Alphabet’s groei ging van 300% naar zo’n 23%. Kortom: zonder de papieren winsten uit AI-startups als OpenAI en Anthropic, groeiden deze reuzen nauwelijks. Een duidelijk signaal van AI financiële problemen die breder reiken dan alleen OpenAI.
Het meest opvallende is misschien wel dat banken weigeren om OpenAI direct te financieren. Zonder winstgevendheid kan het bedrijf geen investeringswaardige kredietrating krijgen. En zonder die rating zijn leningen van de benodigde omvang onmogelijk of onbetaalbaar. Hier komt Nvidia in beeld. Volgens The Wall Street Journal staat de chipmaker garant voor zo’n 250 miljard dollar aan datacenterleningen voor OpenAI. Dit betekent dat banken het project kunnen beoordelen op de kredietwaardigheid van Nvidia, niet die van OpenAI.
Hoewel dit een oplossing biedt, concentreert het ook de risico’s enorm. De inkomsten van Nvidia zijn nu direct gekoppeld aan het succes van OpenAI. Als OpenAI niet aan zijn verplichtingen kan voldoen, verliest Nvidia niet alleen een cruciale klant, maar erft het ook de schulden. Dit kan een domino-effect door de hele toeleveringsketen veroorzaken.
“Too Big to Fail”: De schaduw van overheidssteun boven OpenAI
De hele toeleveringsketen – van halfgeleiders tot bouwbedrijven – is nu afhankelijk van het succes van OpenAI. Bedrijven als SanDisk, Micron, Western Digital en Caterpillar hebben hun aandelenprijzen de lucht in zien schieten, deels door de AI-hype. Als OpenAI struikelt, stort dit hele ecosysteem in. Toezichthouders hebben dit al opgemerkt. Een gelekt rapport van het Ministerie van Financiën waarschuwt voor een AI-bubbel, die zelfs gevaarlijker zou zijn dan de internetbubbel destijds, omdat AI-bedrijven dieper verankerd zijn in de Amerikaanse economie.
De conclusie? De hele Amerikaanse economie steunt op de beloftes van AI-bedrijven. Als OpenAI deze beloftes niet kan waarmaken, is de enige uitweg wellicht dat het “te groot wordt om te falen.” Dat betekent: overheidsingrijpen om een instorting van de economie te voorkomen.
En dit is geen wilde speculatie. In november 2025 sprak de CFO van OpenAI op een tech-evenement van The Wall Street Journal over de mogelijkheid van overheidssteun of garanties. Dit zou de financieringskosten aanzienlijk kunnen verlagen. Hoewel Sam Altman een dag later op X (voorheen Twitter) nog verklaarde dat belastingbetalers geen bedrijven moeten redden die slechte zakelijke beslissingen nemen, kwam de verrassende draai al snel. In juli 2026 stelde OpenAI voor om de Amerikaanse overheid een belang van 5% in het bedrijf te geven, ter waarde van zo’n 43 miljard dollar. Senator Elizabeth Warren had toen al gewaarschuwd dat OpenAI eerder belastingvoordelen, leningen en garanties had gevraagd voor infrastructuuruitbreiding. “We moeten niet opnieuw de belastingbetaler laten opdraaien voor het falen van bedrijven,” stelde ze, verwijzend naar 2008.
Het meest verontrustende van alles is misschien wel de openhartige erkenning van Sam Altman: “We hebben nooit inkomsten gegenereerd, we hebben momenteel geen plannen om dat te doen, en we hebben geen idee hoe we dat in de toekomst zullen doen.” De belofte aan investeerders? Zodra het intelligente systeem er is, zal het zelf een manier vinden om rendement te genereren.
Dit betekent dat de hele Amerikaanse economie aan het wankelen wordt gebracht door een bedrijf dat geen idee heeft hoe het zijn schulden zal aflossen en winst zal maken. Elk falen van OpenAI zal daardoor niet langer een geïsoleerd incident zijn, maar een structureel probleem met wereldwijde impact. De vraag is nu niet óf, maar wanneer investeerders en toezichthouders zich hardop zullen afvragen of OpenAI überhaupt wel naar de beurs had moeten gaan.
Veelgestelde Vragen
Waarom heeft OpenAI, ondanks zijn revolutionaire producten, zulke grote financiële problemen?
OpenAI’s financiële uitdagingen komen voornamelijk door de astronomisch hoge kosten voor het trainen en draaien van geavanceerde AI-modellen zoals GPT-4. Deze modellen vereisen enorme rekenkracht en energie, wat leidt tot een constante vraag naar kapitaal en grootschalige infrastructuurprojecten. Bovendien was de oorspronkelijke missie om niet-winstgevend te zijn, wat een duurzaam verdienmodel lastig maakt.
Waarom weigeren banken OpenAI direct leningen te verstrekken?
Banken zijn terughoudend met het direct verstrekken van leningen aan OpenAI omdat het bedrijf geen winst maakt en daardoor geen kredietwaardige status heeft. Zonder bewezen winstgevendheid is het extreem moeilijk om de omvangrijke leningen te verkrijgen die nodig zijn voor de grootschalige datacenterprojecten, tenzij andere, kredietwaardige partijen zoals Nvidia garant staan.
Welke bredere economische risico’s zijn er als OpenAI in financiële problemen komt?
Als OpenAI in financiële problemen komt, heeft dit verstrekkende gevolgen. De hele AI-toeleveringsketen, inclusief chipfabrikanten (Nvidia), geheugenbedrijven (Micron, SanDisk) en bouwbedrijven (Caterpillar), is afhankelijk van het succes van OpenAI. Een ineenstorting zou deze sectoren hard treffen. Bovendien suggereren rapporten dat de Amerikaanse economie al zo diep verweven is met de beloftes van AI-bedrijven dat een faillissement van OpenAI kan leiden tot een “too big to fail”-scenario, met mogelijke overheidssteun en een bredere economische instabiliteit.


